Ongeveer 200 kilometer ten zuidwesten van Bangkok, in het noordelijke kustgebied aan de Golf van Thailand, ligt Hua Hin. De verkenning van deze populaire reisbestemming begint bij de Damnoen Kasam Road, een zijstraat van de drukke verkeersweg naar Bangkok. Rechtsachter is een glimp op te vangen van het in 1922 gebouwde Sofitel Centara Grand Resort, dit was vroeger beroemd als Railway Hotel. Sinds de restauratie heeft het weer zijn koloniale elegantie van rond 1920. Mede daarom fungeerde het als set in de film The Killing Fields (1984), een film over de bloedige burgeroorlog in buurland Cambodja.

Al wandelende door het centrum van deze badplaats komen we onder andere langs het luxueuze Hilton hotel en talloze souvenirwinkeltjes. Een paar straatjes verderop komen we de beroemde tuktuk tegen; in Thailand is dit de meest gebruikte vorm van openbaar vervoer.

Een rondwandeling zorgt wel voor wat trek. En als we dan een McThai ontdekken, is bijna iedereen gelijk verkocht. Je zou bijna zeggen dat we heimwee hebben naar westers voedsel. Dit is dan wel de Thaise variant, maar toch... Vooral de milkshake smaakt bijzonder goed. Even verderop zien we zelfs een McDelivery, blijkbaar wordt het hier ook zó aan de man gebracht.

Als je vanaf het centrum naar het strand loopt, word je gelijk overvallen door aanbiedingen om op een paard het strand te verkennen. We nemen het uitzicht in ons op en kijken rond om te zien of we het zomerpaleis kunnen ontdekken. Dit kleine stadje werd namelijk al in het begin van de vorige eeuw door het Thaise koningshuis verkozen tot koninklijke badplaats.

Als je toch een paard huurt, loopt er een begeleider met je mee over een groot deel van het strand waarbij het paard poseert, voetstaps voortbeweegt, maar ook galoppeert. Op de achtergrond is de kuststrook van het in 1925 door koning Rama VII gebouwde koninklijk zomerpaleis te zien. Dit paleis kreeg de naam Klai Klangwon, dit betekent Ver weg van zorgen. Het paleis wordt nog steeds door de koninklijke familie gebruikt.

Zowel Thai als buitenlanders trekken naar de badplaatsen aan de Golf voor een heerlijk verblijf aan de tropische kust, om uit te rusten op de fraaie stranden of om te zwemmen. Het is wel oppassen geblazen voor scherpe rotsen en voor kwallen die je zwembaantje proberen te kruisen.

Vanaf het centrale deel van het strand van Hua Hin struinen we lekker door het mulle zand terwijl we de omgeving in ons opnemen en een eind in de verte Khao Takiab zien liggen. Vele resorts grenzen aan het strand, waardoor díe gasten wel heel gemakkelijk kunnen kiezen uit zee, zwembad of strand om in het zonnetje te genieten.

Een deel van de groep heeft een expeditie op touw gezet. Een wandeling naar Khao Takiab, een plaatsje dat een kilometer of zeven ten zuiden van Hua Hin is gelegen. Ondanks het relatief vroege tijdstip slinkt de meegenomen watervoorraad zienderogen, vanwege de ongenadige zon. Gelukkig komen we regelmatig langs kleine supermarktjes, zoals 7-Eleven; hier vullen we de watervoorraad weer aan door wat inkopen te doen of smaken het genoegen een ijsje te bemachtigen.

Af en toe stopt er een tuktuk naast ons en vraagt of we mee willen rijden; de chauffeurs kunnen amper geloven dat die Hollanders de tocht lopend willen voortzetten in deze hitte. Na een ruime anderhalf uur komen we dan eindelijk aan bij het strand van Khao Takiab, waar we gelijk de zee willen proeven. Vanaf deze plaats heb je een goed uitzicht op de kustlijn tot Hua Hin.

Wanneer we vanaf het strand op de heuvel toelopen, zien we het imposante staande boeddhabeeld, dat 20 meter hoog over zee uitkijkt. Erachter staat de toegangspoort tot Wat Khao Lad, waar we doorheen lopen om de trappen van de heuvel te beklimmen.

We klauteren zowat naar boven op de zeer steile trappen en dwalen boven wat rond vanwege de vele vergezichten en bekijken het tempelcomplex Wat Khao Lad. Even verder zien we het hoogste punt van Khao Takiab, een heuvel van 272 meter hoogte, waarbij tegen de helling nog een tempeltje is gebouwd.

Aan de andere kant van de heuvel zien we het haventje van Khao Takiab en rechts daarvan het stadje zelf. In de verte kunnen we nog een aantal eilandjes ontwaren die alleen bij laag tij bezocht kunnen worden. Het linkse eilandje -dat nog net te zien is- wordt Lion Island genoemd omdat het lijkt op een crouching lion. Dit eiland wordt vooral bezocht vanwege de bijzondere rotsformaties en de mogelijkheid tot rock climbing.

Als we de trappen weer af lopen, zien we een groepje apen rondscharrelen. Volgens een aantal reisgidsen worden de apen wild, of zelfs agressief, als ze eten ruiken; dit merken we terdege! Eén aap heeft ontdekt dat een reisgenoot chips in haar tas heeft zitten. Hij vliegt eropaf, begint aan de tas te rukken, krijgt de zak chips te pakken en rent ermee weg. Onder een boom gaat hij er lekker voor zitten, maakt de zak open en begint chips te eten...

Na dit avontuur wandelen we over de hoofdweg weer terug en ontdekken een tuktuk-bedrijfje. Na stevig onderhandelen worden we voor 20 baht (±40 eurocent) per persoon naar het centrum van Hua Hin gebracht. Het vervoermiddel blijkt eigenlijk een songthaew te zijn; dit lijkt nog het meest op een overdekt pick-up busje. Binnenin kunnen tien mensen plaatsnemen en achterop kunnen er ook nog drie staan.

Op verzoek worden we bij de McThai afgezet, zodat we ons alvast kunnen voorbereiden op het westerse voedsel waar we straks anders weer aan zouden moeten wennen. Het lijkt er trouwens op dat we de eerste maanden in Nederland niet zoveel rijst gaan eten... alhier in Thailand krijgen we dat namelijk bijna elke dag... Na nog een kleine verkenning van het centrum wandelen we weer terug naar ons hotel met maar liefst 18 verdiepingen, het Hua Hin Grand Hotel.

Vanuit het hotel hebben we een goed uitzicht op de baai waaraan Thailands oudste beach resort ligt. Vanaf deze hoogte lijkt het Hilton hotel wel erg dichtbij te liggen, terwijl het toch een aardig stukje lopen is. Aan het huizenpatroon valt goed te zien waar de hoofdstraat loopt.

Vanuit het hotel is de heuvelachtige omgeving van Hua Hin te zien. Recht achter het hotel bevindt zich de Khao Hin Lek Fai. Bovenop deze Flintstone Hill staat een zendmast; een gemakkelijk herkenningsteken voor onze wandeling. Het doel, het spectaculaire uitzichtpunt bovenop de 162 meter hoge heuvel, ligt een kilometer of anderhalf ten westen van het centrum van Hua Hin.

De stevige wandeling ernaartoe vergt een uurtje, waarbij vooral het laatste stuk heel erg steil is. Deze weg heeft zo’n grote hellingsgraad dat een wandelaar een fietser bijna kan bijhouden. Eenmaal boven betreedt men het park via een grote toegangspoort. Iets verderop is het standbeeld te zien van Rama VII, de koning die in Hua Hin een zomerpaleis liet bouwen.

Tegenover het standbeeld vinden we één van de grotere view points. Het biedt ons een weids panorama over de kuststrook van Hua Hin. Rechts in de verte kunnen we zelfs Khao Takiab zien liggen.

Als we onze blik vernauwen zien we hoeveel hoogbouw er eigenlijk staat langs deze kuststrook, tussen Hua Hin en Khao Takiab in. Het 20 meter hoge gouden boeddhabeeld op de heuvel van Khao Takiab is van deze afstand bijna niet te ontwaren.

We verlaten dit uitkijkplatform en lopen over een klein heuvelachtig paadje vol met rotsen naar het uiterste einde van deze hoge heuvel. Dit biedt ons een uitzicht op het Royal Hua Hin Golf Course, de gekleurde wijken van Hua Hin, en laat ons een ruime blik in de verte werpen.

Als we onze blik richten op het centrum van Hua Hin valt het Hilton Hotel onvermijdelijk op, het torent hoog boven de rest uit. De lange straat die ook opvalt is Damnoen Kasam Road, de belangrijkste straat voor toeristen vanwege de fastfood restaurants, de route naar het strand en de azuurblauwe zee van de Gulf of Siam.

We wandelen de grote heuvel weer af en houden de weg naar het centrum aan. Al gauw komen we langs een aantal marktkraampjes waarin allerlei soorten fruit te koop worden aangeboden. Je vraagt je af en toe toch af hoe ze alles gekoeld houden met die tropische warmte.

Na de spoorwegovergang slaan we gelijk rechtsaf en volgen de rails vanuit Bangkok. Deze spoorlijn (1911) maakte van Hua Hin een populaire reisbestemming. Via het perron komen we aan bij het mooiste station van heel Thailand, het Hua Hin Railway Station. Het in 1968 herbouwde houten gebouw werd voorheen gebruikt als koninklijk paviljoen voor het Sanam Chan Palace, te Nakhon Pathom.

Het terrein bij ons hotel aan de Petchakasem Road wordt elk weekend in beslag genomen door de zogenaamde weekendmarkt. Na het diner wandelen we over deze markt en kunnen we een aantal koopjes inslaan om straks thuis de herinnering aan Thailand nog levend te houden. Vanuit het hotel zien we op de achtergrond een aantal verlichte fregatten die het zomerpaleis van de koninklijke familie bewaken.

’s Avonds laat lopen we ruim een kilometer noordwaarts over de hoofdstraat van Hua Hin en komen dan aan bij de beroemde Night Market, die elke avond wordt gehouden. Talloze kraampjes met mooie kunstnijverheidsartikelen of bijzonder opgemaakt seafood showen hun waar, waarbij we af en toe moeite moeten doen om door te kunnen lopen. Aangezien dit de zoveelste night bazaar is die we bezoeken, zien we helaas nog maar weinig nieuwe handelswaar.

In de meeste gevallen vindt het onderhandelen plaats in het Engels, maar soms... is er zelfs een rekenmachientje nodig. Dit apparaat vliegt dan van hand tot hand om de prijs van het loven en bieden tot uitdrukking te brengen. En dan kun je altijd nog een kwantumkorting ter sprake brengen...

Vanwege de hoge temperaturen is het enthousiasme voor excursies zodanig afgekoeld, dat de hele groep vaak rond het hotelzwembad vertoeft. Zwemmen en balspelletjes voeren de boventoon, afgewisseld met zonnen. Zonnebrandcrème is hier zeker niet overbodig. Bij de bar zijn exotische drankjes te bestellen tot coconut juice aan toe.

Aan het eind van de middag vlucht iedereen van het zwembad naar de kamer om nog snel een douche te nemen en de koffer te pakken. Om 18.30 uur begint het afscheidsdiner, waarbij we onze laatste Thaise maaltijd krijgen. Hierna begeleiden we onze koffers de bus in en werpen nog een laatste blik op de entree van het Hua Hin Grand Hotel. Het hotel dat ons een aangename rust verschafte na anderhalve week van avontuurlijke activiteiten.

Onderweg maken we een stop om even bij te tanken. Als zowel de bus als wij zelf weer gevuld zijn, gaan we op weg om nog net vóór middernacht bij de luchthaven te arriveren. Met koffer en al zoeken we onze incheckbalie uit om de terugvlucht per lijndienst naar Amsterdam te bevestigen. Het definitieve einde van onze groepsrondreis door de parel van Azië.
