We slapen deze dag eerst uit want we hoeven pas om half negen te vertrekken. Helaas regent het, maar de jungle is nog ver weg. Met drie pick-up trucks gaan we op weg naar de toeristenpolitie om ons aan te melden als jungle-trekkers en een kopie van onze paspoorten af te geven, voor het geval er iets zou gebeuren.

Na een tijdje rijden komen we aan bij Mae Sa Orchid Farm. Deze orchideeënkwekerij ligt ongeveer 13 kilometer ten noorden van Chiang Mai. Er arriveren nog meer groepen, waardoor het een drukte van belang wordt bij deze toeristische aangelegenheid.

Bij binnenkomst krijgen we allemaal een orchideeëncorsage en betreden we de shop, alwaar de veelkleurigheid van de tentoongestelde speldjes ons toestraalt. We lopen eerst een rondje in de shop en gaan dan op zoek naar de mooiste orchidee.

Thailands huidige orchideeënindustrie wordt beheerst door enkele grote bedrijven bij Bangkok en door vele kleinere ondernemingen in deze regio. In deze grote kwekerij kunnen we de teelt van honderden soorten orchideeën van dichtbij bekijken. Het bedrijf probeert zo deze flora in stand te houden.

Na de verscheidenheid aan orchideeën te hebben bewonderd in de kassen, nemen we een drankje in het bijbehorende café en bespreken we het avontuur wat ons te wachten staat, met de hoop dat het regenen toch wel zal stoppen!

Rond elf uur komen we aan op de parkeerplaats van een lokale markt; we worden hier gelijk bestormd door een aantal vrouwen met speciale hoeden die ons een geweven tas(houder) voor een drinkfles willen aansmeren...

We krijgen een half uurtje de tijd om rond te dwalen op deze ochtendmarkt. Bij de eerste de beste kraam zien we vissen naar adem zien happen, hoe onverkwikkelijk... Hieraan kun je toch merken dat je opeens in een heel andere cultuur verzeild bent geraakt.

We struinen de markt gauw verder af en komen bergen rijst tegen. Dit is echt een lokale markt, we worden namelijk niet aangeklampt om iets te kopen en er zijn weinig toeristische artikelen te vinden. Eindelijk kunnen we eens ongestoord en op ons gemak het marktgebeuren bekijken.

Vanochtend hebben we de meeste bagage (de koffers) in het hotel achtergelaten en alleen een volgepropte rugzak meegenomen; de Mae Tang Jungle Tour staat op het punt te beginnen! Onze grote groep wordt in drie groepjes verdeeld; één groepje gaat al op pad voor de olifantenrit, de twee andere groepjes krijgen eerst een lunch voorgeschoteld.

Met de songthaew, een op een jeep lijkende overdekte pick-up truck waarbij we achterin op twee bankjes zitten, worden we over een weggetje met aardig wat kuilen en hobbels vervoerd. We worden afgezet bij een stellage met een stalen kooi aan een kabel. Hierin moeten we onszelf naar de overkant van het riviertje trekken.

Na een kleine wandeling door de bushbush moeten we tussen twee olifanten doorlopen om het platform te beklimmen. Vanaf dit platform klimmen we op het draagstoeltje (bankje) op de rug van de olifant; de olifantenrit is begonnen!

We zijn nog maar net op pad, of één van de olifanten besluit dat hij nog wat trek heeft en duikt zo het struikgewas in. Dat het publiek op zijn rug daardoor angstwekkend dicht in de buurt komt van het ravijn, dáár maalt hij niet om.

In tegenstelling tot de Afrikaanse familie kan alleen de Aziatische olifant worden getemd en opgeleid om te werken. Het dier loopt echter regelmatig richting wat lekkere versnaperingen langs de kant van de weg. De mahouts, de olifantentrainers weten alle olifanten weer in het gareel te krijgen en begeleiden deze kleine stoet over het parcours. Af en toe loopt het pad aardig naar beneden en moeten we ons goed vasthouden om geen eventuele harde landing te maken.

De tocht op de rug van deze grijze jumbo is een geweldige ervaring, maar het spectaculaire landschap met bergen, tropisch regenwoud en rijstterrassen doet ons bijna nog meer versteld staan.

Af en toe blikken we achterom om te zien hoe onze groepsgenoten het maken tijdens de olifantenrit; dit levert wonderschone plaatjes van deze bijzondere omgeving op. Achteraf worden er dan ook vele foto’s uitgewisseld.

We zien een ander platform opdoemen en dat blijkt het eindpunt te zijn van onze tocht op de olifantenrug. De vrijgekomen olifanten worden gelijk weer in beslag genomen door onze andere reisgenoten die hun rit nog moeten maken. Ze hebben wat bananen of bundeltjes suikerriet aangeschaft die ze aan de olifanten geven. Sommige olifanten hebben erg veel trek en gooien zo hun slurf naar achteren om nog meer voedsel te krijgen. Maar ja, die kolossen eten zo’n 200 kilo per dag; je zou zeggen dat ze hele dag door wel trek zullen hebben...

Na de olifantenrit vangt de junglewandeling aan, in een vrij vlak gebied, maar al snel begint de omgeving te stijgen en te dalen en moeten we geregeld wat stroompjes zien te overbruggen. De warmte wordt goed gevoeld en het backpack werkt ook niet mee; even later hebben we allemaal last van een vrij zoute druppeldouche.

Het heeft vandaag al goed geregend en af en toe valt er nog wat. Hierdoor moeten we oppassen om niet weg te glibberen over smalle of steile paadjes dwars door de rimboe. In de regentijd is zo’n jungle trekking toch lastiger. Soms komen we langs een verdwaald huisje waarvan we afvragen wie er zou wonen, zo midden in de wildernis.

Onderweg horen we het ruisen van een waterval. Sommigen kunnen het niet laten om even de gebaande paden te verlaten en over wat rotsen te klauteren om een blik te werpen op de hoge waterval. Maar niet te lang, want achterblijven is geen optie... Het is belangrijk dat ieder in z’n eigen tempo loopt. Logischerwijs ontstaan er dan qua wandeltempo verschillende groepjes. Echter, aangekomen bij een van de weinige splitsingen vraag je je dan af: welke kant moeten we op? Een verkeerd pad inslaan lijkt ons geen goed idee. Er lopen gelukkig dragers annex gidsen vooraan én achteraan. De drager die de achterhoede vormt komt al gauw aanlopen en wijst de goede weg aan: we kunnen de tocht weer voortzetten!

In het begin waren de paadjes nog vaak rotsachtig, maar later treffen we steeds meer glibberige klei. Dit bemoeilijkt het lopen wel, we moeten dan ook goed opletten waar we onze voeten plaatsen, want op schuine stukken dreigen we soms weg te glijden... En wat voor wandelpad moet doorgaan, loopt langs steile diepten... We komen ook regelmatig obstakels tegen die ons echt de weg versperren. De vraag is dan of we eronderdoor kunnen, eroverheen of erlangs, maar steeds is het weer behelpen.

Na een wandeling over beboste hellingen in dit eenzame gebied komen we nu weer aan bij een aantal kreekjes, die we oversteken door over een boomstammetje te lopen of via keien in het water de overkant proberen te bereiken en waar nodig de helpende hand te bieden.

Het is erg warm en het zweet gutst en gutst maar en we vragen ons af wanneer we onze bestemming bereikt zullen hebben, als we opeens vanuit de dichtbegroeide jungle een dorpje zien liggen. Een aantal dorpsbewoners heeft ons ook ontdekt en gebaart dat we naar hen toe moeten komen.

Na een wandeling van zo’n twee uur, lopen we dan het bergstamdorpje binnen en zien we dat onze andere reisgenoten al bezig zijn om naar de beloning van deze junglewandeling te klauteren: een prachtige waterval!

Via een aantal grote keien in het beekje zelf of via een enorme boomstam bereiken we de overweldigende waterval. We laten ons in het koude water zakken en proberen even onder het donderende geraas van de waterval te gaan staan. Dit is toch maar moeilijk vol te houden. In het bassin van de waterval genieten we van het verkoelende water en mijmeren relaxed over deze onvergetelijke ervaring. Met meegebrachte shampoo nemen we zelfs nog even een watervaldouche...

Tijdens de overheerlijke maaltijd, bereid door deze Kariang (Karen) stam, valt de duisternis al. Even later wordt er wat hout gesprokkeld en een vuurtje gestookt. We zoeken allemaal een grote kei of wat anders uit en gaan gezellig rond het kampvuur zitten. Een aantal jonge kinderen kan de slaap nog niet vatten en dwaalt rond de groep; regelmatig toveren ze een glimlach tevoorschijn.

Sommigen bezoeken eerst nog even het toilet, dat eigenlijk niet meer is dan een hutje met daarin een gat in de grond. Dat hutje blijkt al wel bezet te zijn door een wat groot uitgevallen achtpotig insect. In de slaapruimte, een grote bamboehut, vinden we op de bamboehouten vloer met behulp van een zaklamp voor iedereen een matrasje, lakenzak en hangt er ons nog iets boven het hoofd: een klamboe. Vlak naast elkaar brengen we zo de nacht door, hoe avontuurlijk!

’s Ochtends vroeg worden we vrij gauw na elkaar wakker en kleden ons weer aan met het oog op de activiteiten die dag. Dat wordt weer zweten en nat worden. Als we naar het kampdorpje lopen kijken we nog even achterom naar de buitenwijk met de traditionele bamboebungalow.

Als we in het centrum arriveren, horen we dat degenen die daar sliepen een wat onrustige nacht achter de rug hebben vanwege een aantal rondscharrelende kippen en een tweetal varkens dat probeerde rond te neuzen. De huizen, gemaakt van bamboe, zijn vrijwel zonder uitzondering op palen gebouwd en eronder kunnen de dieren hun gang gaan... We genieten die ochtend van een vrij westers ontbijt: toast, jam, koffie of thee, eieren en vers fruit: overheerlijke ananas.

’s Ochtends om half acht overbruggen we de dorpsgracht en staan gelijk voor het moeilijkste stuk van deel twee van onze jungletocht. Het pad gaat hier steil omhoog, waarbij we dus echt moeten klimmen om boven te geraken en dat met onze zware rugzakken... Nog geen kwartier onderweg en het zweet komt al weer om de hoek kijken.

Omdat we als hele groep nu achter elkaar aan klimmen -de route gaat constant bergop- hebben we regelmatig even de gelegenheid om op adem te komen en tegelijkertijd een plaatje te schieten. Zo’n pittige klim vergt wel veel van onze krachten.

Net aangekomen op een zandweg in dit bergachtige gebied houden we even een rustpauze. We maken een doorgang om een motor te kunnen laten doorrijden. Het blijkt een gezinsmotor te zijn, een type dat niet in Nederland voorkomt. Het hele gezin wordt namelijk vervoerd op de motor. Eén kind voorop, erachter de vader (die stuurt), dan de moeder en achter haar nog een kind. En soms is dit type ook nog bepakt en bezakt.

Het dorpje waar we overnachtten lag op ongeveer 350 meter hoogte, maar nu naderen we al de 1000 meter. We hoeven ons niet meer door de jungle te worstelen, omdat we nu gewoon de rotsachtige zandweg en smalle paadjes kunnen volgen naar het volgende bergdorpje. Deze weg loopt echter erg steil omhoog, we moeten dus klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Het psychologische effect van druivensuiker versnelt de pas echter aanzienlijk.

We komen bijna uitgeput boven bij een dorpje aan, waarbij we een fabuleus uitzicht hebben over de uitlopers van het Himalayagebergte. We nemen hier even een rustpauze om de ademhaling te herstellen en kopen een blikje drinken om de dorst te lessen.

We verlaten dit hoogtepunt en merken op dat de rest van dit dorpje tegen de helling van het bergachtige gebied is neergestreken. De route laat ons nu voornamelijk omlaag wandelen, waardoor dit deel van de tocht aanmerkelijk soepeler verloopt.

Vanwege het onderling verschillende wandeltempo en doordat sommigen wel en andere geen foto’s maken, raakt de groep steeds meer gesplitst, totdat hij uiteindelijk helemaal uiteen is gevallen. Bij de plek waar de gids is gestopt voor een kleine rustpauze, komen de wandelaars zodoende achter elkaar aanlopen, gelokt door de junglemuziek.

Na een afdaling van zo’n anderhalf uur komen we aan bij de verzamelplaats, waar we op de rest wachten. De volgende excursie staat nu op het programma: raften! We worden per pick-up truck naar de startplek gebracht en verwisselen onze bergschoenen voor slippers, doen een reddingsvest om en een veiligheidshelm op, en stappen per zes personen in de raft-boats.

We krijgen eerst uitleg hoe we de peddels moeten hanteren op commando van onze raft captain. Het eerste stuk is vrij rustig, maar daarna ontmoeten we veel stroomversnellingen en wordt het steeds onstuimiger. Tussendoor genieten we van de prachtige omgeving die de natuur hier laat zien.

Even later worden we gewaarschuwd voor The Big One, de grootste onder de stroomversnellingen op deze tocht. Helaas draait onze boot hierdoor net teveel opzij en komen we zelfs dwars tegen een aantal rotsblokken te liggen, waarbij het water ons dreigt te overstromen. Te midden van deze heftige stroomversnelling proberen we met uiterste krachtinspanning onze peddels af te zetten om de boot weer los te krijgen, waarbij we geholpen worden door onze captain die daarvoor zelfs uit de boot stapt.

In het regenseizoen verandert de moesson de Mae Tang rivier in woelig water als dit uit het tropisch regenwoud en de bergen noordelijk van Chiang Mai zijn weg zoekt door de vallei. Hierdoor ontstaat het zogenaamde White Water Rafting met stroomversnellingen van klasse 3 of 4. Het is nog een hele toer om de grote keien, waarmee deze rivier bezaaid is, goed te ontwijken.

Tijdens het raften passeren we verschillende wildwater-gradaties (rapids) en blijkt dat dit wildwatervaren een echte teamsport is, waarbij het peddelen goed op elkaar afgestemd moet zijn. Tussen de stroomversnellingen door drijven we rustig op het riviertje, maar de benodigde acties vormen een spannende sensatie!!

Na een half uur laten we het rivierraften achter ons en stappen van de rubberboot over op een bamboevlot. Met z’n zevenen zoeken we achter elkaar een plekje uit. De voorste krijgt echter een vaarboom, een lange stok om het vlot voort te duwen. Zeven personen blijkt te zwaar voor het vlot want we zitten dan wel op het vlot, maar óók in het water. Om door het water te worden voortbewogen is best wel een aparte ervaring.

Het wordt bamboo-rafting genoemd, maar het lijkt eigenlijk meer op bamboo-floating, alhoewel we wel een paar stroomversnellingen tegenkomen. De ergste hiervan, noemen we voor het gemak ook maar The Big One om te zorgen dat iedereen zich schrap zet, voor zover dat gaat dan... Met de vaarboom wordt geprobeerd aanvaringen met grote keien in het water te voorkomen en achteraan worden we begeleid door een Thai die mede zorgt voor de besturing van het vlot.

Een fotocamera werd ternauwernood meegesmokkeld op het vlot en gaat van hand tot hand om onder andere de bamboevlotschipper op de foto te kunnen zetten. Deze schipper stuurt het vlot door de stok op de bodem van het vaarwater te plaatsen en tegen het andere einde te duwen. Tevens wordt deze lange boom ook gebruikt om het schip voort te bomen, hoewel deze vlotvaart stroomafwaarts gaat. We laten het bamboevlot dan ook regelmatig rustig met de stroom meevoeren langs de prachtig begroeide oevers, waarbij we ook nog aan een aantal olifanten voorbijgaan.

Nu we na twintig minuten bij het eindpunt zijn gearriveerd is het tijd om de captain nat te spatten, omdat hij als enige onderweg nog vrij droog was gebleven. Dit festijn markeert het einde van een spetterend avontuur! We lopen het kleine stukje naar onze lunchgelegenheid, omdat we anders met kleddernatte kleren in de pick-up trucks moeten zitten. Een smakelijke lunch wordt geserveerd, waarna er opeens figuren met fotolijstjes uit het niets tevoorschijn komen. Actiefoto’s van het raften doen al gauw de ronde.
